image

Huurdersvereniging Ommoord

Verslagen en Nieuws


Klik op de link voor het verslag  Verslag ALV van 6 maart 2025

Klik op de link voor het Jaarverslag 2024  Jaarverslag 2024


Nieuws

Maximale huurverhoging 2026 voor sociale huur, middenhuur en vrije sector
Bron: Nieuwsbericht Rijksoverheid van 15 december 2025

De maximale huurverhoging wordt elk jaar bepaald op basis van inflatie- of CAO-loon-ontwikkeling.
Voor sociale huur, middenhuur en vrije sector gelden verschillende regels. Daarom mag de huur per type woning anders stijgen. Doel van het jaarlijkse maximum is om wonen in iedere sector betaalbaar te houden. Daarnaast moeten verhuurders kunnen blijven investeren in nieuwbouw en onderhoud van woningen.

Sociale huur: + 4,1%

In de sociale sector gaat de huurverhoging in per 1 juli 2026. Tot 1 juli geldt het maximum van 5% dat voor 2025 gold. De maximale huurverhoging wordt vanaf 1 juli 2026 berekend op basis van de inflatie van de afgelopen drie jaar. Het gemiddelde daarvan wordt gebruikt. Daar komt 0,5% bovenop. Van december 2022 tot december 2025 was de gemiddelde inflatie 3,6%. Per 1 juli 2026 komt de maximale jaarlijkse huurverhoging daarom uit op 4,1%. Dit maximum geldt tot 1 juli 2027.

Middenhuur: + 6,1%

In de middenhuursector stijgt de huur volgens de wet met maximaal de CAO-loon-ontwikkeling plus 1%. Omdat de lonen in 2025 harder zijn gestegen dan de inflatie, mag de huur in het middensegment meer omhoog dan in de vrije sector. Van december 2024 tot december 2025 was de caoloon-ontwikkeling 5,1%. Verhuurders mogen 1% optellen bij dit percentage. Daarom is de maximale huurverhoging in 2026 6,1%.

Vrije sector: + 4,4%

In de vrije sector bepaalt de wet dat de huur mag stijgen op basis van de inflatie of de CAO-loonontwikkeling. Het laagste van die twee percentages wordt gebruikt, en daar mag de verhuurder 1% bij optellen. Van december 2024 tot december 2025 was de gemiddelde inflatie met 3,4% lager dan de loonontwikkeling van 5,1%. Met de extra 1% erbij komt de maximale huurverhoging uit op 4,4%. Deze maximale verhoging geldt voor alle zelfstandige woningen in de vrije sector, zoals eengezinswoningen, studio's en appartementen, en ook voor ligplaatsen van woonboten.

Klik voor meer informatie op de link Nieuwsbericht Maximale huurverhoging


Wet modernisering servicekosten pakt excessen aan

Het wetsvoorstel modernisering servicekosten werd op 3 april door de Tweede Kamer en op 22 april 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De wijzigingen moeten voorkomen dat verhuurders onterechte servicekosten doorberekenen aan hun huurders. Op 1 januari 2026 zal de Wet modernisering servicekosten in werking treden.

Lijst, rekenregels en collectieve actie
Dit zijn de belangrijkste veranderingen:
1. Duidelijke lijst van servicekosten
Er komt een vaste lijst met soorten kosten die een verhuurder mag doorberekenen als servicekosten. Dat voorkomt onduidelijkheid en misbruik.

2. Echte kosten, redelijke bedragen
In de wet komt duidelijk te staan dat servicekosten moeten gaan over werkelijk gemaakte kosten en dat de bedragen redelijk moeten zijn.

3. Rekenregels en maximum bedragen
De minister krijgt de bevoegdheid om regels te maken over hoe servicekosten berekend worden en wat het maximum mag zijn.

4. Meer macht voor de Huurcommissie
De Huurcommissie mag voortaan ook oordelen over het voorschotbedrag van alle servicekosten (niet alleen die voor gas, water en licht met een eigen meter), vóórdat de eindafrekening komt.

5. Collectieve klachten makkelijker
Het wordt eenvoudiger voor huurders om samen een klacht over servicekosten in te dienen bij de Huurcommissie.

De nieuwe regels gaan in op 1 januari 2026.

Bescherming van huurders
De wet is onderdeel van de bundel wetten die huurders meer bescherming moeten bieden. Na striktere regels voor verhuurgedrag, huurverhogingen in de vrije sector en huurprijzen, zijn nu de servicekosten aan de beurt. De bestaande wetgeving over de servicekosten is te onduidelijk en leidt daardoor in de praktijk tot excessen.



Vanaf 1 januari 2025: puntentelling verplicht bij elk nieuw huurcontract

De Wet betaalbare huur verplicht verhuurders om aan elk huurcontract, getekend op of na 1 januari 2025, een puntentelling toe te voegen. Het gaat om een puntentelling gebaseerd op het gemoderniseerde woningwaarderingsstelsel (WWS).

Dit volgt uit de Wet betaalbare huur en is ook verplicht als uit de puntentelling blijkt dat de woning in de vrije sector mag worden verhuurd.

Huurprijsgrenzen opnieuw vastgesteld
De huurprijsgrenzen voor de sociale, de midden‑ en de vrije sector zijn per 1 januari opnieuw geïndexeerd. Huurcontracten voor zelfstandige woonruimten, die op of na 1 januari 2025 beginnen, vallen onder de middensector als de huurprijs hoger is dan € 900,07 (minstens 144 punten), maar niet hoger dan € 1.184,82 (maximaal 186 punten).

De maximale huurprijsgrens en de bovengrens van de middensector is per 1 januari 2025 € 1.184,82 (liberalisatiegrens 2025). In de sociale sector (t/m 143 punten) is vanaf januari de maximale huurprijsgrens voor de aanvangshuur € 900.07. In de vrije sector (187 punten en meer) ligt de huurprijsgrens boven € 1.184,82.


Meer huurtoeslag in 2026

Als je inkomen laag is, kan je huurtoeslag krijgen ook als je huur boven de grens van € 900,07 ligt.
Je krijgt huurtoeslag voor het deel van je huur tot die grens.
Volgens de overheid maken daardoor zo'n 170·000 extra huishoudens aanspraak op huurtoeslag, gemiddeld krijgen zij € 170 per maand. Ook vervalt de huurtoeslag voor gemeenschappelijke servicekosten en gaat de leeftijdgrens voor volledige huurtoeslag van 23 naar 21 jaar en wordt de eigen bijdrage bijna € 8 minder.







image